De Sneeuwbal

Verteld door……
Cees en Greet hadden er lang over nagedacht en gepraat, om hun oude
Ford-focus in te ruilen. Het aanbod van de Volvo dealer was erg
aantrekkelijk. Wanneer ze nu kochten kregen ze er zelfs een volledig verzorgde wintersportvakantie bij aangeboden. Naar Ost-Kirchen in Oostenrijk. Hun oude karretje was best nog goed, ze hadden er nooit problemen mee gehad in de jaren dat zij er mee hadden reden. Maar het aanbod lokte. Tenslotte kregen ze buiten een goede inruilwaarde ook nog eens die reis aangeboden. Zo besloten ze toch voor de Volvo te gaan.
Oma en Opa vonden het jammer, want Ceesje, hun kleinzoon zou tijdens die wintersportvakantie net vijf worden. Ze hadden zo graag die verjaardag gevierd. En ook met kerst en oud en nieuw waren ze niet thuis. Wat zouden ze Henko van acht en Mimi hun kleindochter van negen juist in deze tijd missen. Maar veel hadden ze niet in te brengen, de reis ging door. Op de dag voor kerstmis vertrokken zij, nadat ze de auto hadden ingeladen en door Opa en Oma uitgezwaaid waren konden ze aan de reis beginnen. Cees had muziek aangezet en zij zelf zat heerlijk weggezonken in haar stoel alles nog wat te overdenken. Al het nieuwe kwam op haar af; de nieuwe auto, die zo lekker ruikt en zo heerlijk rijd, zo ook de reis naar het buitenland, de onzekerheid en de spanning of dat er niets zou gebeuren onderweg. Moe maar tevreden leunde ze achterover in de zo heerlijk zittende stoel van hun nog maar pas aangeschafte Volvo. Hun drie kinderen lagen heerlijk te slapen op de achterbank. “Zie je wel! Toch ideaal zo’n stationcar;” opperde Cees, toen hij zag dat zijn drie kinderen achter in de auto heerlijk lagen te slapen.
Oma had Cees nog eens extra op zijn hart gedrukt om vooral toch voorzichtig te zijn, je wist maar nooit met zo’n nieuwe auto! Cees voelde zich volkomen veilig in zijn auto en lachte de bezwaren weg. Tenslotte zaten er de nieuwste snufjes in, zelfs een navigatiesysteem.
Onderweg hadden zij al rijdend wat broodjes, gegeten, terwijl de kinderen lagen te slapen. Zij hadden er voor gekozen om `s avonds te vertrekken, dan konden de kinderen slapen en duurde de reis niet zo lang voor hen. Ook waren er dan veel minder files, wan veel verkeer was er niet in de nacht en al snel naderden zij München.
Ondertussen keken de inmiddels wakker geworden kinderen vol bewondering naar de mooie en vele kerstverlichting die ze passeerden.
Het begon ook te sneeuwen waardoor het nog sprookjesachtiger leek. De sneeuw werd dikker en dikker en het zicht erg slecht. Greet begon ongerust te worden en stelde voor om te stoppen en morgen verder te rijden. Cees zei daarop;
“schat, bij het eerstvolgende tankstation stoppen we om de sneeuwkettingen om te doen, te tanken en wat te eten. Op een verkeersbord langs de autobaan stond vermeld dat ze na vijf kilometer meter bij een tankstation met een wegrestaurant zouden zijn.
Daar aangekomen bezochten zij eerst het restaurant. Het was inmiddels zeven uur in de morgen dus was een ieder wel hongerig geworden. Even later zat heel de familie te genieten van een heerlijk ontbijt met lopend buffet. Ze konden eten en drinken zoveel ze wilden. Na het ontbijt ging Cees de sneeuwkettingen om doen. Gelukkig hielp een ijverige tankbediende Cees daarbij en ook vulde deze de bijna lege gasolietank en controleerde of alles goed vast zat. Cees betaalde de brandstofkosten en gaf de bediende een mooie fooi en liep terug naar het restaurant, waar de rest van zijn gezin bij de openhaard naast de kerstboom waren gaan zitten. “Zo mensen we kunnen weer, stamp wel de sneeuw goed van jullie schoenen, want die sneeuw doet geen goed aan de bekleding.” En nadat een ieder weer in de gordels zat konden ze hun reis verder vervolgen. Ze hadden geluk, voor hen reed een sneeuwschuiver, het ging wel niet snel, maar wel veilig! Kleine Ceesje vond het allemaal prachtig en papa zei dat de sneeuwschuiver zorgde dat de toeristen zo naar hun bestemming konden komen. We zijn er nu bijna.
Plotseling ging de sneeuwschuiver rechtsaf, midden op de weg stond politie, al het verkeer er op te wijzen dat zij niet verder mochten, maar, iedereen moest rechtsaf. Niemand kon door de sneeuwstorm verder rijden even verder moesten zij hun auto parkeren. Het dorp was ingesneeuwd. Ze moesten nu met hun koffers met een kabelbaan, die daar bij het parkeerterrein begon, naar boven waar hun hotel moest zijn. Onder de kinderen ging er luid gejuich op. Hoi, hoi, hoi, we gaan met een kabelbaan. De mensen hier waren deze barre omstandigheden wel gewend, dat kon je zien, in alle rust en met beleid werd iedereen geholpen. De kinderen vonden het prachtig en genoten met volle teugen. En ja hoor boven in het dorp vlak bij de kabelbaan was het hotel, met vlak voor de ingang een heel hoge, prachtig verlichte kerstboom en ook het hotel was verder feestelijk verlicht. In het hotel aangekomen werden zij hartelijk ontvangen met een welkomstdrankje en daarna werden zij begeleid naar hun kamers met een groot balkon, met uitzicht op de bergen. Alleen nu zag je door de zware sneeuwval niet zo veel, maar het was toch wel mooi. De kinderen waren al aan het stoeien op de grote hotelbedden. Cees voelde nu goed zijn vermoeidheid van de lange reis en ging dan ook eerst even slapen. Want vanavond wilden ze naar de Heilige Maria kirche om samen met alle dorpsbewoners en de toeristen; kerstavond te vieren, dan zou het ook weer laat worden. In de kerstboom voor hun hotel zaten wel duizend lichtjes, zoveel dat ze in hun kamer in een zee van licht stonden, wanneer zij het licht in de kamer uit deden. Ook een echte kerstman stond naast de kerstboom. De kinderen vonden het allemaal prachtig en keken hun ogen uit. Toen zij later op de dag beneden kwamen in het restaurant, werden zij ook daar hartelijk ontvangen en getrakteerd op heerlijke glühwein, koffie en andere dranken en een tafel vol heerlijke lekkernijen. Dit alles smaakte hen goed na de barre tocht. De omgeving was prachtig en ze wisten dat ze hier een onvergetelijke vakantie gingen hebben.
’s Middags gingen ze zoals afgesproken het dorp in. Het was één lange straat met daar achter tegen de berg aan geplakt een wirwar van smalle straatjes en de skipiste met een grote kabelbaan. De skipiste werd omzoomd door dichtte bossen. Ook hadden ze nog twee kleinere kabelbanen gezien en het kerkje waar ze die avond naar de dienst zouden gaan. Deze stond aan de rand van het dorp, haast tegen de berg aan en was prachtig verlicht.
De kinderen keken hun ogen uit naar de etalages van de vele winkeltjes met souvenirs, banket of speelgoed. Klein Ceesje bleef gefascineerd staan voor een etalage met allemaal verschillende, rijdende treinen. Hij keek zijn ogen uit! De anderen hadden dat niet in de gaten en liepen door om weer bij de grote skilift te kijken. Het was er heel erg druk. Mensen die terug kwamen van de skipiste, want de avond kwam en al snel werd het donker. Door de hevige sneeuwval werden de skipisten ook eerder gesloten. Zo was er een grote toeloop en wir war van mensen. Opeens miste Cees, klein Ceesje. Greet, ik zie Ceesje niet… en het angstzweet brak hen uit! Snel liep hij terug en luid Ceesje-naam roepend maar wie zij zagen, geen Ceesje. Mimi en Henko renden ook luid roepend de straat door. Ceesje was dus bij de speelgoedwinkel blijven staan die op een hoek van de straat lag en was de etalage om de hoek gaan bekijken. Opeens zag hij de anderen niet meer. Hij was de straat in gerend, niet wetend dat hij de hoek was omgegaan. Hij rende en rende maar zag geen pa of ma of broertje of zusje. Zo liep hij verschillende straten door. Steeds begon het harder te sneeuwen. Tenslotte liep klein Ceesje tussen de bomen in het bos. Hij dacht dat hij in de buurt van het hotel was omdat daar ook bomen stonden. Ceesje stapte dapper verder in de hoop het hotel gauw te zien. Onderwijl liep Ceesje het donkere bos in, de duisternis was nu gevallen en in de vers gevallen sneeuw kon hij steeds moeilijker gaan. Hij werd erg moe, kreeg het koud, maar stapte toch flink door. In verwachting dat het hotel daar moest zijn. Opeens hoorde hij het luiden van de kerkklokken beneden hem. Maar dan moest hij terug! Want daar was ook zijn hotel wist hij. Tranen liepen nu over zijn wangen en hij was zo moe, zo moe! Met zijn handschoentjes veegde hij wat sneeuw van een boomstam en ging daarop zitten. Oh! Wat was hij moe! En wat had hij het koud, hij kromp helemaal ineen, ijskoude tranen liepen over het gezichtje. Mama! Mamaatje waar ben je toch! Ik kan niet meer en steeds hoorde Ceesje de klokken luiden beneden in het dal.
In het dorp was alles in rep en roer. Cees was naar een toeristenkantoor gegaan en had de situatie uitgelegd. Greet, Henko en Mimi stonden er snikkend bij. De man begon direct te telefoneren en ook in de kerk werd iedereen gewaarschuwd. Mannen en vrouwen gingen helpen zoeken. , Ook Cees was meegegaan met de mannen van het dorp.
Klein Ceesje zat nog steeds ineen gedoken op de boomstronk het luiden van de kerkklokken hoorde hij steeds zachter tot het overging in een mooi geklingel van heel mooie arrensleden die hem steeds maar voorbij reden. Hij stond er naar te zwaaien en de mensen zwaaiden terug, maar stopten niet voor hem. In werkelijkheid zat Ceesje nog steeds op die boomstam en waren er helemaal geen arrensleden. Ceesje was half bewusteloos bevangen door de koude. Toen kwam er een harde windvlaag, Ceesje rolde van de boomstam en viel op de berghelling en ging aan het rollen. Hij bleef maar rollen en rollen, de verse sneeuw plakte om hem heen. Tot hij een sneeuwbal werd en steeds groter en groter. Een sneeuwbal met Ceesje erin.
In het dorp werd men steeds ongeruster, hulpploegen gingen hoger de berg op tot opeens één van de ploegen de sneeuwmassa voorbij zagen rollen. Meteen werd met hoorngeschal aangeduid dat er een lawine naar beneden kwam. Het hoorngeschal werd overgenomen door de andere ploegen. Het was in deze omstandigheden niet zo angstwekkend geweest als Ceesje niet zoek was; dan ware het prachtig geweest om dit te aanschouwen. Maar nu had niemand in het dorp er erg in, iedereen was in spanning want waar was dat kleine Hollandse knulletje? Een helikopter werd ingezet maar die kon niet veel doem met die erge sneeuwval. Cees en Greetje werden steeds angstiger.
Onderwijl rolde de sneeuwbal steeds verder de berg af. Ze werd nu niet meer gestuit daar hij over de skipiste rolde zo naar de richting van het bergdorp. De sneeuwbal rolde recht op de kerk af, waar de pastoor samen met de vrouwen en kinderen aan het bidden waren voor het behoud van Ceesje. Met een grote doffe bons sloegen de kerkdeuren open en een grote sneeuwbal rolde de kerk binnen, spatte tegen de traptrede van het altaar uit elkaar.
En… daar lag Ceesje, hij knipperde met zijn ogen voor het felle licht in de kerk en begon toen hard te huilen. Greet en de kinderen hadden het allemaal zien gebeuren en konden hun ogen niet geloven. Greet stoof op Ceesje af en sloot hem in haar armen. Oh wat was hij koud en nat! Maar wat was Greet gelukkig! De pastoor gaf direct de opdracht de kerkklokken in een ander ritme te laten luiden, zodat hulptroepen daaruit begrepen dat zij terug naar het dorp konden komen. De leider van de hulpploeg waar Cees met mee gegaan was vertelde hem van het heugelijke nieuws. Ook ziet hij dat iedereen nu aan het klokkengeluid kon horen dat alles goed afgelopen was. Onderwijl had de pastoor klein Ceesje uit de armen van Greet genomen, hem gehuld in de dekentjes die in de kribbe lagen die bij het altaar stond en Ceesje op het stro in de kribbe neer gelegd. Voorts werden nog warme kruiken tegen Ceesje aangelegd opdat hij weer bij kon komen.
Toen Cees de kerk in kwam gerend, speelde het kerkorgel het Ere zij God in den Hoge, en hij zag zijn Greet, Mimi en Henk voor de kerk bij de kribbe staan. De pastoor zat geknield voor het altaar en in de overvolle kerk zong men uit volle borst mee: Ere zij God in den Hoge!
Cees rende naar de kribbe en sloot Greet en zijn twee andere kinderen in zijn armen, terwijl Ceesje heerlijk warm in de kribbe lag, besefte Cees dat dit de mooiste kerstsamenzang was die hij ooit had meegemaakt.

Reacties (2) | 26/12/2018
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.

Recente reacties

  1. Hallo Corry,
    Hartelijk dank voor jouw mooie reactie op mijn kerstverhaal. Leuk wat jij er allemaal van vind en wat ik er mee zou kunnen doen, maar Corry, ik ben ernstig ziek idiopathische pulmonale fibrose (IPF)
    en ben niet meer in staat om dat alles nog te doen. Meedoen aan deze site dat geeft mij enig voldoening en leid mij af. De fouten die constateerde, die komen hoofdzakelijk doordat ik de controle over mijn vingers en handen kwijt ben, waardoor ik steeds heel veel moet overtikken. Wanneer jij er iets in zou zien om dat boekje te maken, zou ik dat prachtig vinden. Ik heb al eens verschillende zondagsscholen gemaild aangaande het lied "Midden in de winternacht" zodat zij het op hun kerstfeest zouden kunnen zingen, compleet met een trommelaar. Ik heb echter nooit een reactie gekregen. Corry ik wens jou ook al het goede toe voor dit nog zo brose jaar.
  2. Een werkelijk schitterend Kerstverhaal met een heel andere kindeke Jezus, nu Ceesje geheten.
    Ook spannend verteld met gelukkig een happy-end!

    Er staan een paar foutjes in, maar die vind je vast nog wel Dolf, zo niet dan laat ik je ze later nog weten.

    Misschien is dit iets voor een boekje als er ook nog mooie prenten bijgemaakt worden, zo in de mooie stijl als het bijpassende plaatje?
    Het zou een mooi geschenk zijn voor kinderen van de Zondagsschool als zij Kerstfeest vieren!

    Heel graag gelezen Dolf. Ik hoop dat je een fijne Kerst mocht beleven en ik wens je een prettige jaarwisseling met een super goed begin van het nieuwe jaar 2019 met voorspoed, liefde en geluk, ook voor allen die je lief zijn!

    Een hartelijke groet, met liefs
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Dolf de Jong

Terug kijkend op de tachtig jaren, dat ik onopgemerkt rondloop op onze aardkloot, waarvan de eerste drie jaren voor mij een mistig verleden zijn. Van daarna is mij veel bijgebleven. Zoals de oorlogsjaren, wij woonden toen in Noordwijk aan zee, vlak achter de Noord Boulevard, naast hotel Den Hollander waarachter zich toen nog een boerderij bevond. Wij speelden daar vaak in de hooiberg. Toen er op de boulevard een bom werd gegooid, werd ook ons huisje zo beschadigd dat wij moesten verhuizen en in Noordwijk Binnen zijn komen wonen. Zo staat mij ook nog helder op het netvlies, de hongerwinter waarin ik bedelend bij de gegoede lui aanbelde voor een boterham en dan thuis de opbrengst kon verdelen onder mijn zwaar zieke vader, broer en zus. Ik mocht toen elke vrijdagavond bij de burgemeester in de keuken komen eten. Voorts stond ik elke dag in de rij bij de gaarkeuken. Ik weet nog, nadat we bevrijd waren, hoe ik met een oom van mij, mee liep naast de colonne weg marcherende Duitse soldaten om daar de weggegooide sigarettenpeuken voor mijn oom op te rapen. Ja zo herinner ik mij nog heel mijn jeugd. Op mijn dertiende ging ik van school en ging met de KW 86 naar zee op haringvangst, om voor thuis de kost te verdienen. ‘s nachts rond twee uur werden wij dan door de schipper gewekt en gingen dan de netten binnenhalen. Ik stond dan als afhouder aan de winch om de drie km lange kabel waar de netten aan vast zaten naar binnen te halen. Wij werkten dan tot een uur of zes en om zeven uur ging een ieder naar de kooi tot de schipper de scheepsbel weer liet klinken. Later heb ik toen ook nog op de KW 38 en op de Vlaardingen 115 gevaren. Daarna werd ik door een Noordwijkse kapitein van coaster Jaba, gevraagd om bij hem als kok te komen varen. Dat heb ik toen een klein jaar gedaan. Ik wilde echter aan dek werken. Ik was echter afgekeurd wegens kleurenblindheid. Ik heb toen zeven jaar op de Rijn gevaren tot daar door de invoering van radar ook de keuring werd ingevoerd en ik geen schipper kon worden. Toen ben ik als scheepscontroleur in de haven gaan werken, om later als veilheidsbeambte de vut in te gaan. Toen ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Ik schrijf verhalende gedichten. Dus geen echte gedichten die lezer driemaal moet herlezen om door te krijgen wat de dichter bedoeld. Ik hou mij daarbij meestal aan een strak rijm beleid. Waardoor mijn werkjes door echte dichters worden aangemerkt als een soort van sinterklaasgedichten. Ik heb het zelfs aangedurfd om een website te maken “ www.dichteronderdemolen.eu “ met voorlopig negentien pagina’s. En een honderdtal gedichten. Ook ben ik zo brutaal geweest, om zelfs een boek te schrijven van 320 pagina`s de titel i: "De oceaan gaf het geheim prijs". Ik heb het in eigen beheer uitgegeven en wat de kosten betreft ben ik daar aardig uitgesprongen.

Toon alle gedichten

Favorieten van Dolf de Jong

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Dolf de Jong is favoriet bij