NAAR ACHTERBERG III

Bijna had ik hun van hem en mij verteld,
feest was het in een der Haagste wijken.
Ik stond naar het schimmenspel te kijken
en heb hun toen wat op de mouw gespeld.

Anders was hij van mij weggesneld,
zonder langer naar mij om te kijken,
zijn zang zou mij niet meer bereiken,
mijn spel voor altijd zijn verspeeld.

‘Noordeinde’, ‘Zieken’, ‘Schuddegeest’.*
Op mijn wandelingen door de binnenstad
heeft hij mij zo de woorden aangeboden,

waarmee hij zingend zijn Hades binnentrad.
Straten ver nog echoot het leven als een feest.
De hoogste tijd nu voor mijn Ode.*

Reacties (0) | 07/11/2018
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Martin Kageling



Toon alle gedichten

Favorieten van Martin Kageling

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Martin Kageling is favoriet bij