Die goede oude tijd

In september kwam de kolenboer
met tien mud kolen in jute zakken
hij kiepte dan heel stoer
die kolen in kolenbakken.

`s Morgens kwam de melkboer kletsen
met de vrouwen in de straat
er waren toen nog geen flessen
hij schepte het in een emmer met zijn litermaat.

Des ochtends moest je met verkleumde handen
houtjes hakken in de schuur
daar de kachel wel moest branden
want de winters waren guur.

Met `t sinterklaasfeest
kreeg je een letter en een suikerbeest
op school kwam dan sinterklaas
je te vertellen hoe stout je was geweest.

Met kerst, dan werd de boom versiert
met kerstkransjes en een enkele sliert
echte kaarsjes werden er in gedaan
die deed men dan `s avonds aan.

Men moest dan wel steeds opletten
dat die kaarsjes de boom
niet in de fik zouden zetten
dat alles was toen heel gewoon.

Achter in de tuin daar stond een houten kot
met een hartje in de deur
met op de plee een houten deksel
en buiten rook je het gemeur.

Zat je op die plank
met in `t midden dat gat
dan was het niet te harden van stank
vooral als je geen papiertje had.

Je moest dan heel hard roepen
om een stuk oude krant
zodat een ieder in het land
wist dat jij daar zat te poepen.

In bus of tram durfde je niet te gaan zitten
bang om niet te merken dat een vrouw
op je plaatsje zitten wou
die vroeg dan of je zat te pitten.

Voor de boodschappen was er een boekje
daar mee ging je naar de kruidenier
voor het Zondagse koekje
en voor pa één flesje bier.

Honderd gram
heette toen gewoon een ons
en als men de maten nam
berekende men de ellen met een frons.

Knippen kon alleen
op de Woensdagmiddagen
alleen dan knipte hij de blagen
en de andere dagen geen.

Dit was die goede oude tijd
waar van wij onze kinderen wel eens vertellen,
als zij eens niet geheid
zitten te chatten of te bellen.
DdJ.

398

Reacties (2) | 07/11/2018
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.

Recente reacties

  1. Dit is wel een hele tijd terug, het meeste herken ik wel, maar de poepdoos niet meer.
    Je bent nog nogal uitvoerig in het beschrijven van het leven uit die tijd, maar je vergeet het Badhuis,als je niet in de grote teil in de keuken wilde.
    Mijn grootmoeder legde de strijkijzertjes op de kachel om ze warm te krijgen, de elektrische strijkijzer was nog luxe.
    Die oude tijd was niet zo goed vind ik.
    Fijne dag nog
    Ruud
    • Hallo Ruud,
      Bedankt voor je reactie. Ja als ik alles had moeten vermelden, Bijvoorbeeld, dat wanneer ik als dertienjarige zeeman thuis kwam dat ik dan voor het eerst uit de kleren ging en door mijn moeder in de teil werd gewassen. Aan boord mocht je je niet wassen met drinkwater, want anders was dat binnen de kortste keren op. Dus flodderden wij maar wat met zeewater. Ja en zo`n reis duurde soms vier of vijf weken. Vooral in het begin van de teelt, dan moesten alle loggers hun vangst afgeven aan de jager en voor je dan aan de beurt was om jager te zijn nu dat duurde bij slechte vangst soms weken. Maar goed een klein inkijkje heb ik in het gedicht toch gegeven. Nog een prettige dag toegewenst en hartelijk gegroet.
      Dolf.
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Dolf de Jong

Terug kijkend op de tachtig jaren, dat ik onopgemerkt rondloop op onze aardkloot, waarvan de eerste drie jaren voor mij een mistig verleden zijn. Van daarna is mij veel bijgebleven. Zoals de oorlogsjaren, wij woonden toen in Noordwijk aan zee, vlak achter de Noord Boulevard, naast hotel Den Hollander waarachter zich toen nog een boerderij bevond. Wij speelden daar vaak in de hooiberg. Toen er op de boulevard een bom werd gegooid, werd ook ons huisje zo beschadigd dat wij moesten verhuizen en in Noordwijk Binnen zijn komen wonen. Zo staat mij ook nog helder op het netvlies, de hongerwinter waarin ik bedelend bij de gegoede lui aanbelde voor een boterham en dan thuis de opbrengst kon verdelen onder mijn zwaar zieke vader, broer en zus. Ik mocht toen elke vrijdagavond bij de burgemeester in de keuken komen eten. Voorts stond ik elke dag in de rij bij de gaarkeuken. Ik weet nog, nadat we bevrijd waren, hoe ik met een oom van mij, mee liep naast de colonne weg marcherende Duitse soldaten om daar de weggegooide sigarettenpeuken voor mijn oom op te rapen. Ja zo herinner ik mij nog heel mijn jeugd. Op mijn dertiende ging ik van school en ging met de KW 86 naar zee op haringvangst, om voor thuis de kost te verdienen. ‘s nachts rond twee uur werden wij dan door de schipper gewekt en gingen dan de netten binnenhalen. Ik stond dan als afhouder aan de winch om de drie km lange kabel waar de netten aan vast zaten naar binnen te halen. Wij werkten dan tot een uur of zes en om zeven uur ging een ieder naar de kooi tot de schipper de scheepsbel weer liet klinken. Later heb ik toen ook nog op de KW 38 en op de Vlaardingen 115 gevaren. Daarna werd ik door een Noordwijkse kapitein van coaster Jaba, gevraagd om bij hem als kok te komen varen. Dat heb ik toen een klein jaar gedaan. Ik wilde echter aan dek werken. Ik was echter afgekeurd wegens kleurenblindheid. Ik heb toen zeven jaar op de Rijn gevaren tot daar door de invoering van radar ook de keuring werd ingevoerd en ik geen schipper kon worden. Toen ben ik als scheepscontroleur in de haven gaan werken, om later als veilheidsbeambte de vut in te gaan. Toen ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Ik schrijf verhalende gedichten. Dus geen echte gedichten die lezer driemaal moet herlezen om door te krijgen wat de dichter bedoeld. Ik hou mij daarbij meestal aan een strak rijm beleid. Waardoor mijn werkjes door echte dichters worden aangemerkt als een soort van sinterklaasgedichten. Ik heb het zelfs aangedurfd om een website te maken “ www.dichteronderdemolen.eu “ met voorlopig negentien pagina’s. En een honderdtal gedichten. Ook ben ik zo brutaal geweest, om zelfs een boek te schrijven van 320 pagina`s de titel i: "De oceaan gaf het geheim prijs". Ik heb het in eigen beheer uitgegeven en wat de kosten betreft ben ik daar aardig uitgesprongen.


Toon alle gedichten

Favorieten van Dolf de Jong

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Dolf de Jong is favoriet bij