Die oude dame

Ik ken een dame, een oude dame
waar bij heel vroeger de mannen kwame(n)
mannen die thuis niet vonden
waarvoor zij in de echt waren verbonden.

Zij zochten toen hun vertier
bij deze dame van plezier
nu is zij oud en grijs
en door het leven wijs.

De mannen komen nu niet meer
dat deed haar heus wel zeer
als zij nu in de spiegel kijkt
snapt zij dat men voor haar niet meer bezwijkt.

Het frivole leven dat zij leidde
met vele mannen aan haar zijde
heeft diepe sporen nagelaten
dat heeft zij zelf ook wel in de gaten.

De mannen die zij veelvuldig heeft gekust,
vertoeven nu ook in Avondrust.
Vergrijst tot op het bot,
berustend in hun lot.

Zij voelt zich nu eenzaam en alleen.
Verfoeit door de oudere dames om haar heen,
die haar niet willen accepteren
en haar voor een praatje weren.

Zij herkennen in haar
een oud gevaar,
van toen zij niet wilden maar wel konden,
wat de mannen bij haar steeds vonden.

DdJ

397

Reacties (0) | 06/11/2018
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Dolf de Jong

Terug kijkend op de tachtig jaren, dat ik onopgemerkt rondloop op onze aardkloot, waarvan de eerste drie jaren voor mij een mistig verleden zijn. Van daarna is mij veel bijgebleven. Zoals de oorlogsjaren, wij woonden toen in Noordwijk aan zee, vlak achter de Noord Boulevard, naast hotel Den Hollander waarachter zich toen nog een boerderij bevond. Wij speelden daar vaak in de hooiberg. Toen er op de boulevard een bom werd gegooid, werd ook ons huisje zo beschadigd dat wij moesten verhuizen en in Noordwijk Binnen zijn komen wonen. Zo staat mij ook nog helder op het netvlies, de hongerwinter waarin ik bedelend bij de gegoede lui aanbelde voor een boterham en dan thuis de opbrengst kon verdelen onder mijn zwaar zieke vader, broer en zus. Ik mocht toen elke vrijdagavond bij de burgemeester in de keuken komen eten. Voorts stond ik elke dag in de rij bij de gaarkeuken. Ik weet nog, nadat we bevrijd waren, hoe ik met een oom van mij, mee liep naast de colonne weg marcherende Duitse soldaten om daar de weggegooide sigarettenpeuken voor mijn oom op te rapen. Ja zo herinner ik mij nog heel mijn jeugd. Op mijn dertiende ging ik van school en ging met de KW 86 naar zee op haringvangst, om voor thuis de kost te verdienen. ‘s nachts rond twee uur werden wij dan door de schipper gewekt en gingen dan de netten binnenhalen. Ik stond dan als afhouder aan de winch om de drie km lange kabel waar de netten aan vast zaten naar binnen te halen. Wij werkten dan tot een uur of zes en om zeven uur ging een ieder naar de kooi tot de schipper de scheepsbel weer liet klinken. Later heb ik toen ook nog op de KW 38 en op de Vlaardingen 115 gevaren. Daarna werd ik door een Noordwijkse kapitein van coaster Jaba, gevraagd om bij hem als kok te komen varen. Dat heb ik toen een klein jaar gedaan. Ik wilde echter aan dek werken. Ik was echter afgekeurd wegens kleurenblindheid. Ik heb toen zeven jaar op de Rijn gevaren tot daar door de invoering van radar ook de keuring werd ingevoerd en ik geen schipper kon worden. Toen ben ik als scheepscontroleur in de haven gaan werken, om later als veilheidsbeambte de vut in te gaan. Toen ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Ik schrijf verhalende gedichten. Dus geen echte gedichten die lezer driemaal moet herlezen om door te krijgen wat de dichter bedoeld. Ik hou mij daarbij meestal aan een strak rijm beleid. Waardoor mijn werkjes door echte dichters worden aangemerkt als een soort van sinterklaasgedichten. Ik heb het zelfs aangedurfd om een website te maken “ www.dichteronderdemolen.eu “ met voorlopig negentien pagina’s. En een honderdtal gedichten. Ook ben ik zo brutaal geweest, om zelfs een boek te schrijven van 320 pagina`s de titel i: "De oceaan gaf het geheim prijs". Ik heb het in eigen beheer uitgegeven en wat de kosten betreft ben ik daar aardig uitgesprongen.


Toon alle gedichten

Favorieten van Dolf de Jong

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Dolf de Jong is favoriet bij