De vissersvrouw

Daar op de top van een duin
staat zij in haar zwarte dracht
het witte kapje zo strak om haar kruin
dat het haar hindert als zij lacht.

Doch het lachen is haar reeds lang vergaan.
Al weken ziet men haar daar staan
met haar handen heel devoot
gevouwen in haar schoot.

Een schoot gevuld met leven,
van het ongeboren kind.
Dat is haar nu om het even
zij wacht op hem die zij bemint.

Zij staat daar maar te turen
en bid dan alle uren.
Haar beden geeft zij mee
aan de golven van de zee.

Hoe lang kan zij nog blijven hopen?
De andere loggers zijn allemaal binnen gelopen.
De zee geeft haar het antwoord niet,
er komt geen eind aan haar verdriet.

De meeuwen zweven op de wind,
de golven slaan stuk op het strand.
Zij wacht op hem die zij bemint,
terwijl zij het leven voelt onder haar hand.

Zo staat zij daar hoog op een duin.
Haar kapje strak om haar kruin,
haar blik strak op de zee gericht,
met een betraand gezicht.

De meeuwen vliegen krijsend rond,
zij staat daar vastgenageld aan de grond.
Dan voelt zij onder haar handen
het nieuwe leven branden.

Zij raapt zich dan bij een
en gaat naar huis zo heel alleen
het is nu eenmaal zo bepaald.
“De vis die wordt heel duur betaald.”
DdJ.

299

LoadingVoeg toe als favoriet
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.

Recente reacties

  1. De eeuwenlange traditie van vissersvrouwen die met angst in hun hart uitkeken naar de loggers.
    Toen ik dit gedicht las dacht ik
    aan mijn familie die van oorsprong uit Scheveningen komt.
    Goed gedicht Dolf
    Fijne dag nog
    Ruud
    • Ruud bedankt voor je reactie. Als jochie van 13 heb ik dat vissersleven ervaren en bij een vliegende storm met windkracht 12, waren wij onder IJsland op 63 Norder Breedte toen ik haast over boord sloeg. Ook verspeelden wij daar onze complete vleet (3 km aan netten). Na de storm hebben wij nog een week gezocht. De derde dag vonden wij nog één blaas en er onder hingen wat flarden van onze netten.
      vr. groet Dolf
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Dolf de Jong

Terug kijkend op de tachtig jaren, dat ik onopgemerkt rondloop op onze aardkloot, waarvan de eerste drie jaren voor mij een mistig verleden zijn. Van daarna is mij veel bijgebleven. Zoals de oorlogsjaren, wij woonden toen in Noordwijk aan zee, vlak achter de Noord Boulevard, naast hotel Den Hollander waarachter zich toen nog een boerderij bevond. Wij speelden daar vaak in de hooiberg. Toen er op de boulevard een bom werd gegooid, werd ook ons huisje zo beschadigd dat wij moesten verhuizen en in Noordwijk Binnen zijn komen wonen. Zo staat mij ook nog helder op het netvlies, de hongerwinter waarin ik bedelend bij de gegoede lui aanbelde voor een boterham en dan thuis de opbrengst kon verdelen onder mijn zwaar zieke vader, broer en zus. Ik mocht toen elke vrijdagavond bij de burgemeester in de keuken komen eten. Voorts stond ik elke dag in de rij bij de gaarkeuken. Ik weet nog, nadat we bevrijd waren, hoe ik met een oom van mij, mee liep naast de colonne weg marcherende Duitse soldaten om daar de weggegooide sigarettenpeuken voor mijn oom op te rapen. Ja zo herinner ik mij nog heel mijn jeugd. Op mijn dertiende ging ik van school en ging met de KW 86 naar zee op haringvangst, om voor thuis de kost te verdienen. ‘s nachts rond twee uur werden wij dan door de schipper gewekt en gingen dan de netten binnenhalen. Ik stond dan als afhouder aan de winch om de drie km lange kabel waar de netten aan vast zaten naar binnen te halen. Wij werkten dan tot een uur of zes en om zeven uur ging een ieder naar de kooi tot de schipper de scheepsbel weer liet klinken. Later heb ik toen ook nog op de KW 38 en op de Vlaardingen 115 gevaren. Daarna werd ik door een Noordwijkse kapitein van coaster Jaba, gevraagd om bij hem als kok te komen varen. Dat heb ik toen een klein jaar gedaan. Ik wilde echter aan dek werken. Ik was echter afgekeurd wegens kleurenblindheid. Ik heb toen zeven jaar op de Rijn gevaren tot daar door de invoering van radar ook de keuring werd ingevoerd en ik geen schipper kon worden. Toen ben ik als scheepscontroleur in de haven gaan werken, om later als veilheidsbeambte de vut in te gaan. Toen ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Ik schrijf verhalende gedichten. Dus geen echte gedichten die lezer driemaal moet herlezen om door te krijgen wat de dichter bedoeld. Ik hou mij daarbij meestal aan een strak rijm beleid. Waardoor mijn werkjes door echte dichters worden aangemerkt als een soort van sinterklaasgedichten. Ik heb het zelfs aangedurfd om een website te maken “ www.dichteronderdemolen.eu “ met voorlopig negentien pagina’s. En een honderdtal gedichten. Ook ben ik zo brutaal geweest, om zelfs een boek te schrijven van 320 pagina`s de titel i: "De oceaan gaf het geheim prijs". Ik heb het in eigen beheer uitgegeven en wat de kosten betreft ben ik daar aardig uitgesprongen.


Toon alle gedichten

Favorieten van Dolf de Jong

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Dolf de Jong is favoriet bij