Onze eerste vlucht

Doch deze vlucht,dat was een klucht
het begon reeds met het koffers pakken.
De labels bleven er niet op plakken,
ook wilden de koffers maar niet dicht
en op de schaal bleek een groot over wicht.
Zij waren veelte zwaar beladen
met bikini`s strings en andere gewaden.

Toen de rit van Den- Haag naar Schiphol
de wegen zaten barstens vol
m`n zwager die ons wegbracht
die vloekte zacht.
In de buurt van Leidschendam
stond een auto in vuur en vlam.
Een agent leidde de drie files tot een lange rij.
Een voor één konden we er toen heel langzaam voorbij.
Op de imperiaal van die auto zag ik met een frons
koffers met het zelfde label als die van ons.

De weg naar Schiphol was weer vrij.
Tot dat wij kwamen bij Aalsmeer,
toen ging plots de auto aan het schokken.
Ik riep; “Wim waarom gaat die auto zo te keer?”
M`n zwager werd lijk bleek en ging haast van de sokken.
Hij trapte de koppeling in z`n vrij en stuurde naar de kant.
Ik vroeg hem; ” wat is er aan de hand?”
Dit heb je aan je zus te danken,
zij moest nog even met de auto weg en zou toen gelijk tanken.
Ze heeft dat echter niet gedaan,
vandaar dat wij hier nu dus staan.

Goede raad die was nu duur,
wij hadden nog slechts één uur.
Wij lieten mijn zwager voor wat hij was,
plaatsten de koffers in het gras
en ik begonnen met de duim te wenken.
En ja hoor er was iemand zo alert
hij bezag de situatie al van vert..
Wij hoefden hem niets meer te zeggen
of de situatie aan hem uit te leggen.
Uit zijn kofferbak haalde hij een kan benzine
en met een grijns op zijn gelaat
ontving hij de bedankjes voor zijn goede daad.
Hij zei; “och ik ben hier al op voorbereid,
ik rij hier elke dag om deze tijd,
vandaar die extra tank met benzine.
Geef er maar vijf euro voor, want aan een ander z`n ellende wil ik niets verdienen”.

Zo konden we onze rit naar Schiphol weer voortzetten
en het was dat m`n zwager goed oplette,
anders waren wij nog vergeten de koffers in de auto terug te zetten.
Nu aangekomen op Schiphol,
bleken alle parkeerplaatsen barstens vol.
Terwijl m`n vrouw afscheid nam van m`n zwager, ze deed dat zelfs met een traan,
zag ik nog juist het laatste kofferwagentje staan.
Terwijl zij hem nog stond na te zwaaien,
begon ik de koffers op het karretje te laaien.
Toen gaf ik de kar een flinke duw naar voren,
Nu de koffers vlogen mij haast om je oren
maar het karretje, dat bleef staan.
Het karretje had slechts drie wielen
vandaar, dat als je er tegen duwde dat de koffers er van vielen.

Ik zei tegen m,n Alie
“Pak ook maar een koffer we sjouwen ze wel naar de balie”.
Zij zette zich huilend op een koffer neer
en zei snikkend; “ja en wat zal er dáár dan weer gebeuren,
moeten we nog wel verder gaan?
Laten wij de tickets maar verscheuren
ik vind aan deze reis nu echt niks meer aan”.
`K zei; ” m`n lieve Alie laat de moet nu niet zo gauw zakken
die tickets hebben wij cadeau gekregen van ons Jan,
laat ons de koffers maar snel pakken.

Wij vormen toch een heel sterk span.
Veertig jaar trotseren wij nu samen elke tegenvaller,
kom Alie deze reis; dat wordt een knaller.
Bij de balie ging toevallig alles goed
en m`n Alie putte hier uit weer moed.
Zij riep “Gappy”, dat is mijn (koos) naampje,
Ik wil een plekkie bij het raampje.
De juffrouw fronste haar gelaat;
“Ik denk niet dat dat nog gaat,
daar voor bent u hier nu veel te laat”.
Ik zette berustend de koffers op de band
en trok m`n Alie snel mee aan haar hand
voor dat zij weer door emotie`s werd overmand.

We renden naar de douanepost,
ik voelde mijn hart bonzen in mijn borst.
De beambte bekeek onze passen met een geleerd gezicht
bekeek toen ons een lange wijle en sloeg toen de passen dicht.
Met een, “goede reis mevrouw, meneer,
gaf hij toen onze passen weer.
en liet ons verder gaan.

Wij moesten naar gate negen
en buiten viel inmiddels een druilerige regen.
Kop op m`n Alie we verlaten nu snel dit natte kille land,
om te gaan bakken op het Mexicaanse strand.
Tijd om de taxfreeshops te bezoeken hadden wij niet meer,
dit deed mij persoonlijk wel erg zeer.
Ik had nog zo mijn zinnen gezet
op een digitale camera en een mooi witte pet.
Ik pakte m`n Ali weer bij de hand
en stapten snel met haar op de band
die ons naar gate negen voerde.

Door de speaker kwam door middel van een helder stemgeluid
de boodschap aan ons gericht goed hoorbaar uit.
“Passagiers voor vlucht NM 0013 met bestemming Mexico
dienen zich te haasten, het vliegtuig vertrekt zo.”
Om vervolgens de boodschap in het Engels te herhalen.
M`n Alie raakte in paniek;” is het nu nog ver kan jij dat bepalen?”
Och m`n Alie zij gerust de KLM die zal ons heus niet nekken
om zonder ons naar Mexico te vertrekken.

Aan `t einde van de band moesten wij door de beveiliging
weer vraagt m`n Alie in paniek; “waarop reageert nu zo een ding?”
De bewaker zei ; “vrouwtje leg uw hand bagage maar op de rollenband
en doe uw horloge en uw ketting maar in deze kleine mand.
Daarna mag door de scanner lopen.
Piep-Piep-Piep was de reactie van het apparaat,
M`n Alie werd lijkwit en het zweet droop van haar gelaat.
een dame in uniform liet haar omkeren
en begon haar te fouilleren.
Zij taste heel haar lichaam af en bevoelde haar kleren.

Van de zenuwen begon m`n Alie te hinniken,
een toeziend beambte begon heimelijk in `t geniep te grinniken.
De dame in uniform die kon niets verdachts vinden,
ten einde raad werd m`n Alie door een stoere beambte op de rollenbaan gezet,
om zo tussen de Beautycase en tassen
de man achter de monitor met haar contouren te verrassen.
Weer piepte het apparaat
en m`n Alie werd vreselijk kwaad,
toen de ambtenaar haar heel voorzichtig kwam vertellen.
Het was niets bijzonders, het waren de stalen gespen van uw jarretelles.
Bij mij viel de scan niets op,
m`n camera lag nog bij de taxfree shop.
M`n Alie die had het niet meer
zij ging hevig tegen de beveiliging`s beambten te keer.
die weer tegen haar in gingen
met duizend verontschuldigingen.
Kom m`n Alie laat ons nu maar gaan
wij gaan met vakantie en zij moeten hier lekker blijven staan.
Bij de gate aangekomen
werd van onze ticket een stukje afgenomen,
toen konden wij gelijk verder gaan.
Door de ramen zag ik de Boeiing al staan
een kolossaal vliegtuig met vier motoren,
om uren achter een het luchtruim te doorboren.

Door de slurf gingen wij het vliegtuig binnen,
om aan onze wereldreis te beginnen.
We werden door een aardige stewardess met een knap gezicht,
welkom aan boord geheten.
Zij klapte gelijk achter ons de deuren dicht,
daar de rest van de passagiers die waren reeds was gezeten.

Voor in het midden gedeelte waren er nog twee plaatsen vrij;
een aan de éne kant van het gangpad
en één aan de andere zij,
dit stemde m`n Alie glad niet blij.
Zij wende zich weer tot die knappe stewardess
en las haar op een nette manier de les.
twaalf uur moeten wij nu vliegen naar Mexico
kan dat nu niet anders moet dat perse’ zó?

De stewardess ,die was van goede wille
Zij vroeg de mensen om ons heen
reist één van u soms geheel alleen
en zij herhaalde haar verhaal
ook nog eens in de Engelse taal.
Een grote donker getinte, man met zware snor en baard,
boot m`n Alie zijn zitplaats naast mij bij het raam.
Het was alsof hij die plaats voor m`n Alie had bewaard.
M`n Alie was zo verguld, door zijn goede doen,
zij pakte hem beet en zonder blaam gaf zij de man een dikke zoen.

De passagiers lachten zacht
daar niemand deze reactie van m`n Alie had verwacht.
De benauwde sfeer in`t vliegtuig was gelijk gebroken
er was zelfs geen commentaar toen de melding kwam
dat men tot in Mexico niet mocht roken.
Een ieder sprak gelijk met iedereen
en niemand voelde zich meer alleen.

Ja van m`n Alie kon men nog wat leren,
niemand was toch in staat, om de mensen zo te imponeren.
Het vliegtuig taxiede naar de startbaan, om daar te parkeren
om te starten kreeg hij nog geen toestemming,
er was ergens een kolossale stremming.
Meer dan een half uur hebben wij daar gestaan.
M`n Alie werd weer ongeduldig
en vroeg de stewardess; ” hoelang gaat dit nog duren?”
De stewardess die voelde zich niet schuldig,
haar trof geen enkele blaam.
M`n Alie keek maar weer eens door het raam.

Zij hoorde sirenes loeien
en zag de drukte op het vliegveld groeien,
ziekenwagens reden af en aan
en brandweerwagens reden in colonne over de baan.
M`n Alie raakte weer in paniek;
“wat gaat er nou toch allemaal gebeuren,
ik wordt van deze reis doodziek.
Laat ons er uit; gooi open toch die deuren.”
Toen de steward haar heel galant een glaasje water had gegeven,
legde zij ten lange leste haar moede hoofd zacht op mijn schoot
en vroeg; “zullen wij deze reis nog wel overleven,
of gaan wij nu werkelijk langzaam dood?”

Dan kwam tot opluchting van allen aan boord,
dat de captain van de vluchtleiding had gehoord.
Wij mochten starten voor de voor onze vlucht
en dat de oorzaak van deze lange stremming,
was veroorzaakt door een oefening,
allen, ook m`n Alie, in het vliegtuig waren opgelucht.

De grote man met baard en donker gezicht.
zat al die tijd al met zijn ogen dicht.
alsof de wereld om hem heen voor hem niet meer bestond
en liet in `t geheel niet merken wat hij van het één en ander vond.
Het vliegtuig zette zich in beweging, de vlucht begon.
M`n Alie vroeg me hoe ik het vond,
ik trok haar naar me toe om haar te omarmen
en zei haar dat ik het nog steeds niet bevatte kon,
dat over twaalf uur de Mexicaanse zon ons zou verwarmen.
Lachend maakte zij zich uit mijn omarming los,
keek uit het raampje en zag diep beneden haar het Amsterdamse bos.

Want wij waren in tussen ongemerkt opgestegen
en hadden inmiddels van de stewardess een drankje aangereikt gekregen.
Zo vlogen wij over Nederland
en zagen rechts beneden ons het lege Scheveningse strand,
want met zo`n een slecht weer
komen ook daar geen badgasten meer.

Uren hadden wij reeds gevlogen,
het vliegtuig inmiddels omhuld door het duister van de nacht
en de stoelen in de slaapstand dan lag men lekker zacht.
Haast een ieder lag te slapen
alleen de donkere man met baard zat nog rechtop met z`n ogen dicht te gapen.
een klein beetje onder uitgezakt.
Zei helemaal niets en had met niemand ook maar enigerlei contact,
hij zat daar zo in zich zelf gekeerd zo ingenomen.
Het leek wel of hij juist zo zat, om elk menselijk contact te voorkomen.

Ik dacht terwijl ik hem zo van opzij bekeek
en ook al was ik in mensenkennis maar een leek.
Waar komt die snuiter toch van vandaan,
is het een Libiër een Paki- of een Afghanistaan.
Op eens kwam er beweging in die man.
Zijn ogen gingen open,hij kwam van zijn stoel en ging door het gangpad lopen.
Hij liep niet naar voren, maar had zijn gang naar achteren gezet,
hij liep nu in de richting van `t toilet.

Nu dit was toch vrij normaal na zò veel uren.
constant tegen je oogleden turen
Maar een vreemd gevoel blijft mij toch besluipen,
ik voel m`n Alie al iets dichter tegen mij aan kruipen.
Het is net of ook m`n Alie niet heeft geslapen al die uren,
maar stiekem van af mijn schoot naar die man had liggen gluren.
Ik kijk om mij heen naar mijn buren,
het was net of een ieder opeens iets aanvoelde komen.
Het menselijk instinkt? En hoe heeft de stewardess dit alles in zich opgenomen.

Berustend loopt zij door het gang pad,
kijkend naar de lege plek waar zojuist die baardman`s zat.
De toiletdeur die gaat open
het leek net of de man zich had bezopen.
Zijn gezicht staat vol afgrijzen,
terwijl hij naar de stuward staat te wijzen.
Schreeuwt hij de steward in gebrekkig Engels toe;
“Ik heb in m`n hand een handgranaat,
“ga de captain maar zeggen
dat hij zijn koers naar Cuba moet verleggen
en als hij zegt dat dat niet gaat,
dan is het voor `n ieder hier te laat”.
Terwijl de vrouwen gillen van angst
is m`n Alie toch het bangst
omdat zij het ziet, maar `t niet laat weten
dat ik wat beraam, terwijl ik mij sta op te vreten.

ik pijnig m`n hersens op een list
onder wijl kijken alle andere mannen apathisch toe.
Er moet een mogelijkheid zijn het tij te keren
maar op dat moment weet ik nog niet hoe.
De ervaring met m`n Alie op Schiphol die deden mij leren,
de beveiliging aldaar die was subliem.
geen wapen bleef ongemerkt, zowel in de handbagage als waar ook tussen de kleren.
Dan zou het toch zo moeten zijn
dat, dat geboefte daar in `t geheel geen wapen bezat
geen handgranaat of karabijn.
Ik zag een vrouw de ogen sluiten en haar handen vouwen,… zij bad.
De gebaarde vliegtuigkaper sommeerde een ieder rustig te blijven op zijn zit.
Hij hield een ieder nauwlettend in het oog
En m`n Alie die, die hield het niet meer droog.

Toen kwam de steward uit de cockpit,
Hij riep de kaper reeds van verre toe;
“Ik heb het de captain gezegd
en hij heeft gelijk de koers naar Cuba verlegt.
Hij nodigt u uit in de cockpit het commando daar met hem te delen”.
De kaper riep toen luid en duidelijk;
“Van hieruit krijgt de captain mijn bevelen
en mocht hij soms ergens anders landen,
het lot van de bemanning en de passagiers ligt geheel in zijn handen.”

Toen liep hij een stukje naar voren en net toen hij mij passeerde,
was het dat ik plotseling mijn been naar buiten keerde.
De kaper struikelde over mijn been en ging in het gangpad languit neer
en toen hij zich in die val bezeerde, ging hij als een bezetene te keer.
Door zijn val schoot het wapen uit zijn hand,
dat daarna pardoes met een grote boog zo in mijn schoot beland.
Het was glad geen handgranaat maar een zeep dispenser, die dat geboefte
in het toilet, zojuist had los schroefde.

De stewardess en een paar passagiers besprongen de kaper op de grond,
terwijl een ander met een riem zijn benen vast bond,
was er opeens een andere vent,
die riep; mensen houd maar op met dat stoeien;
“Ik ben hier als veiligheidsagent
en ik sla die kaper in de boeien.”
Zo kwam aan deze kaping een happy end.

Baardman`s zat nu geboeid op zijn plaats naast de veiligheidsagent.
Zei helemaal niets en had met niemand ook maar enigerlei contact
hij zat daar zo, net alsof het gebeurde hem niet pakt.
Zo in zich zelf gekeerd zo ingenomen,
waarschijnlijk moest ook hij, zo als een ieder hier,
na het gebeuren wat bekomen.

Terwijl de veiligheidsagent ook niets tegen hem zegt,
heeft hij zich schijnbaar bij de situatie neergelegd.
De stewardess en de steward lopen lachend rond,
terwijl de captain de juiste koers weer vond,
begeleiden ons nu opeens twee straaljagers,
om ons te hoeden voor eventuele belagers.

M`n Alie heeft van dit alles veel geleden
en zachtjes in zich zelf het onze vader gebeden.
Nu is zij weer gerust
en heb ik haar in slaap gekust.
Ik houd steeds de kaper in de gate
na het gebeuren kan ik dat niet late.
Steeds zijn het mijn blikken die hem gade slaan.
Hij zit daar zo iets onderuit gezakt
zoals hij daar geboeid in die stoel is neer gekwakt.
De ogen gesloten en schijnbaar onbewogen.
Dan als mijn blikken weer eens schielijk in zijn richting gaan,
zie ik het goed; zie ik aan zijn slapen daar een traan.

Dit beeld is me later altijd bij gebleven,
`t gaf mij de zekerheid, dat zelfs een vliegtuigkaper nog geeft om dit aardse leven.
Zijn actie was ook niet het geen hij zelve ooit zullen wensen,
hij werd er toe gedreven door andere wraakzuchtige mensen.
Die zelf ergens veilig zijn en alles hebben wat zij zich maar wensen.

Dan op eens zakt de kaper onderuit
de veiligheidsagent die stort zich op zijn geboeide buit.
Wil hem weer in zijn stoel hijsen maar hij weegt als lood.

Dan zie ik het de kaper leeft niet meer, hij is dood.
Hij had zijn strijd gestreden en verloren,
voor hem was er geen weg terug hij kon enkel maar naar voren.

En als wij eindelijk landen op het vliegveld van Mexico stad
zeg ik zo tegen m`n Alie ook dat hebben wij weer gehad.
Als wij straks in ons hotel verblijven,
hebben wij heel wat om aan de kinderen te schrijven.
Want ik heb alle ervaringen in mijn brein bewaart,
maar dat verhaal past zeker niet op een ansichtkaart.
Nu liggen wij te bakken in het zand,
op het Accapulco strand.
M`n Alie is al lichtelijk verbrand
en al starend naar de wolkeloze helder blauwe lucht,
besef ik dat er nu toch een eind gekomen is aan deze klucht.
We moeten er maar niet aan denken, maar er wacht ons nog een vlucht .
DdJ

LoadingVoeg toe als favoriet
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Dolf de Jong

Terug kijkend op de tachtig jaren, dat ik onopgemerkt rondloop op onze aardkloot, waarvan de eerste drie jaren voor mij een mistig verleden zijn. Van daarna is mij veel bijgebleven. Zoals de oorlogsjaren, wij woonden toen in Noordwijk aan zee, vlak achter de Noord Boulevard, naast hotel Den Hollander waarachter zich toen nog een boerderij bevond. Wij speelden daar vaak in de hooiberg. Toen er op de boulevard een bom werd gegooid, werd ook ons huisje zo beschadigd dat wij moesten verhuizen en in Noordwijk Binnen zijn komen wonen. Zo staat mij ook nog helder op het netvlies, de hongerwinter waarin ik bedelend bij de gegoede lui aanbelde voor een boterham en dan thuis de opbrengst kon verdelen onder mijn zwaar zieke vader, broer en zus. Ik mocht toen elke vrijdagavond bij de burgemeester in de keuken komen eten. Voorts stond ik elke dag in de rij bij de gaarkeuken. Ik weet nog, nadat we bevrijd waren, hoe ik met een oom van mij, mee liep naast de colonne weg marcherende Duitse soldaten om daar de weggegooide sigarettenpeuken voor mijn oom op te rapen. Ja zo herinner ik mij nog heel mijn jeugd. Op mijn dertiende ging ik van school en ging met de KW 86 naar zee op haringvangst, om voor thuis de kost te verdienen. ‘s nachts rond twee uur werden wij dan door de schipper gewekt en gingen dan de netten binnenhalen. Ik stond dan als afhouder aan de winch om de drie km lange kabel waar de netten aan vast zaten naar binnen te halen. Wij werkten dan tot een uur of zes en om zeven uur ging een ieder naar de kooi tot de schipper de scheepsbel weer liet klinken. Later heb ik toen ook nog op de KW 38 en op de Vlaardingen 115 gevaren. Daarna werd ik door een Noordwijkse kapitein van coaster Jaba, gevraagd om bij hem als kok te komen varen. Dat heb ik toen een klein jaar gedaan. Ik wilde echter aan dek werken. Ik was echter afgekeurd wegens kleurenblindheid. Ik heb toen zeven jaar op de Rijn gevaren tot daar door de invoering van radar ook de keuring werd ingevoerd en ik geen schipper kon worden. Toen ben ik als scheepscontroleur in de haven gaan werken, om later als veilheidsbeambte de vut in te gaan. Toen ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Ik schrijf verhalende gedichten. Dus geen echte gedichten die lezer driemaal moet herlezen om door te krijgen wat de dichter bedoeld. Ik hou mij daarbij meestal aan een strak rijm beleid. Waardoor mijn werkjes door echte dichters worden aangemerkt als een soort van sinterklaasgedichten. Ik heb het zelfs aangedurfd om een website te maken “ www.dichteronderdemolen.eu “ met voorlopig negentien pagina’s. En een honderdtal gedichten. Ook ben ik zo brutaal geweest, om zelfs een boek te schrijven van 320 pagina`s de titel i: "De oceaan gaf het geheim prijs". Ik heb het in eigen beheer uitgegeven en wat de kosten betreft ben ik daar aardig uitgesprongen.


Toon alle gedichten

Favorieten van Dolf de Jong

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Dolf de Jong is favoriet bij