Mijnheer De Croo

Hij was een heel eenzame man,
zo heel anders dan de rest.
Moederziel alleen woonde hij in zijn flatje,
in een volkswijk ergens in Amsterdam-West.

Als hij haastig liep, zijn blik naar de grond,
als door een innerlijke haast gedreven,
dan zag je een uiterst bescheiden man,
die niets voor zichzelf eiste in dit leven.

Zijn overhemd slordig en al wat versleten
om de nek geknoopt een groenige das,
de broek iets te kort, de schoenen wat groot
en altijd gekleed in die vaalgrijze jas

Twee wat vermoeide en droevige ogen
achter een zwaar montuur en dik brillenglas,
peper en zoutkleurig al wat dunnend haar,
het was moeilijk te raden hoe oud of hij was.

Zo leefde hij wat stilletjes door de jaren heen,
totdat hij op een dag ineens werd gemist
toen iemand naar hem vroeg in het voorbijgaan,
maar niemand van de bewoners die iets wist.

Eerst dacht men dat hij op vakantie was
of misschien wel erg ziek in bed,
maar iemand vond dat het hun zaak niet was
zo dacht eigenlijk iedereen in de flat.

Er was er een die het wel wist,
dat was buurvrouw want zij beweerde:
“Die vent vervuilt totaal, heel beslist,
het stonk toen ik zonet zijn flat passeerde.

Wie weet wat hij daar binnen allemaal doet,
die beestenboel bij hem ziet er vast niet uit
en er komen steeds meer van die vieze vliegen
aan de binnenkant van zijn ruit.”

Een der heren kreeg een nare gedachte,
deze hield hem bezig hij had daar moeite mee,
hij vertelde wat hij dacht toen aan de anderen
en liep toen snel naar zijn huis en belde 112.

De politie kwam vlot op zijn telefoon
brak in op 120 met de zakdoek voor de mond.
Ze vonden toen wat men eigenlijk had verwacht,
de heer De Croo lag gestorven op de grond.

De arts kon alleen natuurlijke dood constateren
en vroeg of iemand iets van de familie wist,
maar zijn onderzoek had geen resultaat,
De Croo vertrok die dag in een gesloten kist.

Men vond een vergeelde foto in een lijstje,
een streng kijkende vrouw achter het glas,
achterop stond nergens een adres of een naam
men dacht dat het mogelijk zijn moeder was.

In een fotoalbum van versleten slangenleer
stonden foto’s van een jochie en een dame,
ze waren wat wazig en slecht van beeld
ook hier vond men nergens bruikbare namen.

Dit zou De Croo met zijn moeder wel zijn,
een jochie met weinig plezier in het leven,
voorin stond nog maar nauwelijks te lezen
“Frederik Jan De Croo” sierlijk neergeschreven.

Mijnheer De Croo werd van de armen begraven
alleen een ambtenaar stond wat achteraf,
hij ligt nu bij anderen onder een nummer
ergens achterin in een gemeenschappelijk graf

Reacties (2) | 21/10/2018
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.

Recente reacties

  1. Ja, die meneer De Croo is helaas niet de enige en komt dit weleens vaker voor!

    Een intriest verhaal in dichtvorm.
    Heel mooi beeldend verwoord Ruud!

    Een hartelijke groet, met liefs
    • Je wordt wel oud tegenwoordig, maar of je daar zo gelukkig om moet zijn vraag ik mij af.
      Je verliest familie en vrienden door de dood en als er nog wat kinderen zijn, vaak zeer oppervlakkig.
      Vooral in appartementen is het onderling contact nihil.

      Dank voor het compliment Corry
      en morgen een wat warmere dag toegewenst.
      Ruud
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Ruud Grootveld

Ik ben voor de oorlog in het voormalige Oost Indië geboren en heb daar mijn jeugd doorgebracht.
In de oorlog in diverse Jappenkampen doorgebracht.
De levensbedreigende situatie daarna deed ons besluiten in 1946 naar Nederland te vluchten.
Na de middelbare school in Apeldoorn heb ik tot mijn pensionnering als Chemisch Technicus bij enkele Chemisch bedrijven gewerkt.
Tijdens mijn pensionering ben ik als hobby gedichten gaan schrijven.

Toon alle gedichten

Favorieten van Ruud Grootveld

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Ruud Grootveld is favoriet bij