Ranar ridibunda of wel de Grote groene kikker

Ik zag drie groene kikkers op een lelieblad.
Op ongeveer een meter uit de kant
die drie die hadden het zo`n beetje wel gehad
nadat zij op dat lelieblad waren beland.

Twee er van waren rond en dik
de derde was wat magertjes en had een sik
nieuwsgierig als dat ik was
sloop ik naderbij door het hoge gras.

Zo kon ik hen beter zien
en nog horen bovendien
de drie keken mij gelaten aan
en zagen mij het liefste gaan.

Ik ben maar een gewone Jan Modaal
maar toch spreek ik een beetje de kikkertaal.
Met één vinger wees ik een kikker aan;
“zeg kan jij mij verstaan?”

De kikker kwaakte; “ja,
maar dat doet geen ander mens jou na.”
Wat hebben jullie alzo te doen gehad
waarvan jullie nu moeten rusten op dat lelieblad.”

Het was van schaamte dat hij wat in één kromp
toen hij zei; “wij doen niets anders dan plomp plomp
en zijn wij daarvan moe
dan zwemmen wij naar een lelieblaadje toe.”

De tweede kikker vroeg heel verbaasd;
“wat is de wijsheid waar u naar aast?
als u ons kent dan weet u prompt
dat haast elke kikker alleen maar plompt.”

Toen was `t dat ik aan het magere kikkertje vroeg;
“hoe hij zich de gehele dag gedroeg.”
“Ach meneer mijn naam is plomp
maar om te plompen ben ik veel te lomp.”

Zo gaat alles zijn gang in de natuur
en goede raad is dan erg duur.
Daarom heb ik dat kikkertje maar niet laten weten,
dat hij niet méér moest plompen maar wel méér moest eten.
Dd J.

LoadingVoeg toe als favoriet
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Dolf de Jong

Terug kijkend op de tachtig jaren, dat ik onopgemerkt rondloop op onze aardkloot, waarvan de eerste drie jaren voor mij een mistig verleden zijn. Van daarna is mij veel bijgebleven. Zoals de oorlogsjaren, wij woonden toen in Noordwijk aan zee, vlak achter de Noord Boulevard, naast hotel Den Hollander waarachter zich toen nog een boerderij bevond. Wij speelden daar vaak in de hooiberg. Toen er op de boulevard een bom werd gegooid, werd ook ons huisje zo beschadigd dat wij moesten verhuizen en in Noordwijk Binnen zijn komen wonen. Zo staat mij ook nog helder op het netvlies, de hongerwinter waarin ik bedelend bij de gegoede lui aanbelde voor een boterham en dan thuis de opbrengst kon verdelen onder mijn zwaar zieke vader, broer en zus. Ik mocht toen elke vrijdagavond bij de burgemeester in de keuken komen eten. Voorts stond ik elke dag in de rij bij de gaarkeuken. Ik weet nog, nadat we bevrijd waren, hoe ik met een oom van mij, mee liep naast de colonne weg marcherende Duitse soldaten om daar de weggegooide sigarettenpeuken voor mijn oom op te rapen. Ja zo herinner ik mij nog heel mijn jeugd. Op mijn dertiende ging ik van school en ging met de KW 86 naar zee op haringvangst, om voor thuis de kost te verdienen. ‘s nachts rond twee uur werden wij dan door de schipper gewekt en gingen dan de netten binnenhalen. Ik stond dan als afhouder aan de winch om de drie km lange kabel waar de netten aan vast zaten naar binnen te halen. Wij werkten dan tot een uur of zes en om zeven uur ging een ieder naar de kooi tot de schipper de scheepsbel weer liet klinken. Later heb ik toen ook nog op de KW 38 en op de Vlaardingen 115 gevaren. Daarna werd ik door een Noordwijkse kapitein van coaster Jaba, gevraagd om bij hem als kok te komen varen. Dat heb ik toen een klein jaar gedaan. Ik wilde echter aan dek werken. Ik was echter afgekeurd wegens kleurenblindheid. Ik heb toen zeven jaar op de Rijn gevaren tot daar door de invoering van radar ook de keuring werd ingevoerd en ik geen schipper kon worden. Toen ben ik als scheepscontroleur in de haven gaan werken, om later als veilheidsbeambte de vut in te gaan. Toen ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Ik schrijf verhalende gedichten. Dus geen echte gedichten die lezer driemaal moet herlezen om door te krijgen wat de dichter bedoeld. Ik hou mij daarbij meestal aan een strak rijm beleid. Waardoor mijn werkjes door echte dichters worden aangemerkt als een soort van sinterklaasgedichten. Ik heb het zelfs aangedurfd om een website te maken “ www.dichteronderdemolen.eu “ met voorlopig negentien pagina’s. En een honderdtal gedichten. Ook ben ik zo brutaal geweest, om zelfs een boek te schrijven van 320 pagina`s de titel i: "De oceaan gaf het geheim prijs". Ik heb het in eigen beheer uitgegeven en wat de kosten betreft ben ik daar aardig uitgesprongen.


Toon alle gedichten

Favorieten van Dolf de Jong

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Dolf de Jong is favoriet bij