Aan het raam

Horatius; Satiren
Dit was één van mijn wensen

Aan het raam

Nu ligt zij voor ‘t raam,
met uitzicht naar buiten op de straat.
Met mensen,winkels, ja zelfs een bloemenkraam.
Zij raakt niet uitgekeken, er is niets wat haar ontgaat.

Dit stadsbeeld, is haar vertier
zij is al twee jaar hier,
maar nu pas staat haar naam;
op het ledikant dicht bij het raam.

Triomfantelijk kijkt zij door de ruiten
naar het stadsgewoel daar buiten.
Twee jaar heeft zij dit moeten ontberen
en lag achter in de zaal langzaam weg te teren.

Vier bedden afgeschermd door gordijnen
van mensen die lagen weg te kwijnen,
geen praatje met je naaste buur,
alleen een zuster om het uur.

De paar zusters hadden ‘t druk,
zij liepen zich de benen stuk;
om de patiënten dat te geven.
wat van node was bij dit moeizaam leven.

Daar om had zij nooit geklaagd,
maar na maanden toch wel eens gevraagd.
“Wanneer komt nu eens mijn naam
op een bed dicht bij het raam?”

De zuster van de zaal
kwam dan met een heel verhaal,
over de patiënten die daar lagen;
die leefden misschien nog maar een paar dagen.

Doch twee jaar heeft het moeten duren,
met alleen zicht op gordijnen en twee muren.
Twee jaren van ergernis,
het was net een gevangenis.

Zij kan haar bed niet uit,
ze is verlamd tot aan haar stuit.
Maar de zusters doen er alles aan
hen treft geen enkele blaam.

En nu zij zo fijn naar buiten kijkt,
is haar leven toch verrijkt.
Ze heeft minder erg in haar gebrek,
nu ziet zij de wereld van af haar plek.

Ja zo aan de avond van haar leven,
heeft men haar nu toch iets moois gegeven.
Met medelijden kijkt zij naar die hoek achter de gordijnen;
waar nu een ander ligt weg te kwijnen.

Als de zuster haar komt toedekken voor de nacht;
zegt die heel begripvol en zacht.
“Ik weet dat deze plaats je heel goed zint
en de patiënt op je oude plaats, die is blind.”

Als de zuster dan is weg gegaan,
loopt over haar wang een traan.
Zij vouwt dan heel devoot;
voor een dankgebed de handen in haar schoot.
DdJ.

LoadingVoeg toe als favoriet
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Dolf de Jong

Terug kijkend op de tachtig jaren, dat ik onopgemerkt rondloop op onze aardkloot, waarvan de eerste drie jaren voor mij een mistig verleden zijn. Van daarna is mij veel bijgebleven. Zoals de oorlogsjaren, wij woonden toen in Noordwijk aan zee, vlak achter de Noord Boulevard, naast hotel Den Hollander waarachter zich toen nog een boerderij bevond. Wij speelden daar vaak in de hooiberg. Toen er op de boulevard een bom werd gegooid, werd ook ons huisje zo beschadigd dat wij moesten verhuizen en in Noordwijk Binnen zijn komen wonen. Zo staat mij ook nog helder op het netvlies, de hongerwinter waarin ik bedelend bij de gegoede lui aanbelde voor een boterham en dan thuis de opbrengst kon verdelen onder mijn zwaar zieke vader, broer en zus. Ik mocht toen elke vrijdagavond bij de burgemeester in de keuken komen eten. Voorts stond ik elke dag in de rij bij de gaarkeuken. Ik weet nog, nadat we bevrijd waren, hoe ik met een oom van mij, mee liep naast de colonne weg marcherende Duitse soldaten om daar de weggegooide sigarettenpeuken voor mijn oom op te rapen. Ja zo herinner ik mij nog heel mijn jeugd. Op mijn dertiende ging ik van school en ging met de KW 86 naar zee op haringvangst, om voor thuis de kost te verdienen. ‘s nachts rond twee uur werden wij dan door de schipper gewekt en gingen dan de netten binnenhalen. Ik stond dan als afhouder aan de winch om de drie km lange kabel waar de netten aan vast zaten naar binnen te halen. Wij werkten dan tot een uur of zes en om zeven uur ging een ieder naar de kooi tot de schipper de scheepsbel weer liet klinken. Later heb ik toen ook nog op de KW 38 en op de Vlaardingen 115 gevaren. Daarna werd ik door een Noordwijkse kapitein van coaster Jaba, gevraagd om bij hem als kok te komen varen. Dat heb ik toen een klein jaar gedaan. Ik wilde echter aan dek werken. Ik was echter afgekeurd wegens kleurenblindheid. Ik heb toen zeven jaar op de Rijn gevaren tot daar door de invoering van radar ook de keuring werd ingevoerd en ik geen schipper kon worden. Toen ben ik als scheepscontroleur in de haven gaan werken, om later als veilheidsbeambte de vut in te gaan. Toen ben ik begonnen met het schrijven van gedichten. Ik schrijf verhalende gedichten. Dus geen echte gedichten die lezer driemaal moet herlezen om door te krijgen wat de dichter bedoeld. Ik hou mij daarbij meestal aan een strak rijm beleid. Waardoor mijn werkjes door echte dichters worden aangemerkt als een soort van sinterklaasgedichten. Ik heb het zelfs aangedurfd om een website te maken “ www.dichteronderdemolen.eu “ met voorlopig negentien pagina’s. En een honderdtal gedichten. Ook ben ik zo brutaal geweest, om zelfs een boek te schrijven van 320 pagina`s de titel i: "De oceaan gaf het geheim prijs". Ik heb het in eigen beheer uitgegeven en wat de kosten betreft ben ik daar aardig uitgesprongen.


Toon alle gedichten

Favorieten van Dolf de Jong

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Dolf de Jong is favoriet bij