MIDDENBEEMSTER

Op 18 november 1759 trouwde Elizabeth (‘Betje’) Wolff-Bekker (1738-1804)
met de 52-jarige predikant Adriaan Wolff (1707-1777).
Tot zijn dood woonde zij in de pastorie van de N.H.-kerk van Middenbeemster, Middenweg 178.
Haar boeken- en schrijfkamertje op de zolder van de pastorie noemde Betje Wolff ‘Kippenrust’.
Daarna ging zij samenwonen en -werken met Agatha (‘Aagje’) Deken (1741-1804).
In 1778 verhuisden beide dames naar De Rijp.

Waar zij zichzelf hervond buiten de polder,
zocht hij in de Schrift het stichtelijk woord,
dat ‘s zondags schaapachtig werd aangehoord.
Maar eens dreef een Stem hem naar de zolder.

Na ’t dagwerk maakte hij zijn huiselijke ronde,
die nu echter een vroegtijdig einde vond voor ’t
blad op haar lezenaar waar hij, plots verstoord,
een van haar privé-epistels had gevonden.

Buiten priemde de toren door de deemstering.
Zijn blik gleed langs haar zoet verwoorde zonde
en werd verblind door zo veel levenslust.

Als zij naar haar kamer boven de Beemster ging
(en hij worstelde met de engel in zijn sponde),
kwam zij daar tot haar Kippenrust.

LoadingVoeg toe als favoriet
Je moet lid zijn om te kunnen reageren.

Recente reacties

  1. Een intrigerend gedicht en ook het bij geschreven schrift!

    Knap geschreven Martin, ik heb het met aandacht gelezen!

    Een mooie avond wens ik je toe.
    Hartelijk liefs,
  2. Betje Wolff en Aagje Deken, welbekend literair damespaar.
    Leuk gedicht in sonnet vorm en leerzaam.
    Betje getrouwd met een ruim dertig jaar oudere man, lijkt mij een stichtelijk passieloos huwelijk waar de bijbel het enige boek in huis is, misschien heeft dit haar wel de poëzie ingedreven.

    Fijne dag
    Ruud
<< Terug naar de homepage

Informatie dichter

Dichtersnaam: Martin Kageling



Toon alle gedichten

Favorieten van Martin Kageling

  • Deze dichter heeft nog geen favorieten.

Martin Kageling is favoriet bij